Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Deuteronomium 4:19

En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Jeremia 19:5

en er offerplaatsen gebouwd om hun kinderen als offer voor Baäl te verbranden. Dat heb ik nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Jeremia 7:31

en in het Hinnomdal de offerplaats Tofet gebouwd om er hun zonen en dochters te verbranden. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Jeremia 7:22

Toen ik jullie voorouders uit Egypte leidde, heb ik hun nooit iets gezegd of voorgeschreven over brand- en vredeoffers.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Job 31:26

Keek ik ooit naar de zon, haar stralende licht, naar de maan in haar wassende pracht,
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Jeremia 32:35

en in het Hinnomdal offerhoogten voor Baäl gebouwd om er hun zonen en dochters aan Moloch aan te bieden. Ze hebben Juda met die gruweldaad tot zonde aangezet. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Jeremia 8:2

en ze uitspreiden voor de zon, de maan en het sterrenleger aan de hemel. Die vereerden ze met zoveel overgave en die volgden ze, die vroegen ze om raad en daarvoor knielden ze. De beenderen zullen niet worden verzameld en begraven, maar als mest op de akkers blijven liggen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

2 Koningen 21:3

Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Hizkia verwijderd had, richtte nieuwe altaren op voor Baäl en maakte een nieuwe Asjerapaal, naar het voorbeeld van koning Achab van Israël. Hij aanbad de hemellichamen en diende die.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:3

Ezechiel 8:16

Hij bracht me naar de binnenhof van de tempel van de HEER. Bij de ingang, tussen de voorhal en het altaar, stonden ongeveer vijfentwintig mannen. Ze stonden met hun rug naar de tempel, met hun gezicht naar het oosten, en ze bogen zich in aanbidding neer voor de zon.