Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 13:5
(13:6) En die profeet of droomuitlegger moet ter dood gebracht worden omdat hij u wilde opzetten tegen de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggehaald en u uit de slavernij heeft bevrijd. Die man heeft immers geprobeerd u af te brengen van de weg die de HEER, uw God, u had gewezen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Numeri 15:30
Maar wanneer iemand willens en wetens iets misdoet, of het nu een geboren Israëliet is of een vreemdeling, spot hij met de HEER. Zo iemand moet uit de gemeenschap gestoten worden,
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
1 Thessalonicensen 4:8
Dus wie deze voorschriften verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u zijn heilige Geest geeft.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 10:8
In die tijd wees de HEER de stam Levi aan om de ark van het verbond met de HEER te dragen, om voor hem dienst te doen en in zijn naam de zegen uit te spreken. Zo is het tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 18:7
en daar deelnemen aan de dienst voor de HEER, zijn God, net als zijn Levitische broeders die er al dienst doen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Mattheüs 10:14
En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Hosea 4:4
Maar laat niemand een aanklacht indienen en roep elkaar niet ter verantwoording. Tegen jou, priester, richt ik mijn aanklacht!
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Hebreeën 10:26
Wanneer we willens en wetens blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk,
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 17:7
De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 18:5
Want uit uw midden heeft de HEER, uw God, de Levieten gekozen om hem voor altijd als priester te dienen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Ezra 10:8
Op voorstel van de leiders en de oudsten zou iedereen die niet binnen drie dagen verscheen uitgesloten worden van de gemeenschap van de ballingen, en zouden zijn goederen verbeurdverklaard worden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
1 Timotheüs 5:20
Wie gezondigd hebben moet je in aanwezigheid van alle anderen terechtwijzen, zodat ook zij gewaarschuwd zijn.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
1 Thessalonicensen 4:2
U kent de voorschriften die wij u op gezag van de Heer Jezus hebben gegeven.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Spreuken 21:11
Als je een spotter terechtwijst, trekt die onervarene daar lering uit, als je een wijze berispt, vermeerdert zijn wijsheid.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 13:11
(13:12) Het hele volk van Israël moet daardoor worden afgeschrikt, zodat dergelijke wandaden zich niet herhalen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Jeremia 25:3
‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Deuteronomium 18:20
Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Johannes 12:48
Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Psalmen 19:13
(19:14) Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 17:12
Lukas 10:16
Wie naar jullie luistert, luistert naar mij, en wie jullie afwijst, wijst mij af. En wie mij afwijst, wijst hem af die mij gezonden heeft.’
1
2