Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Deuteronomium 13:2

(13:3) dat vervolgens uitkomt, en hij verbindt daaraan een oproep om andere, u onbekende goden te volgen en te dienen-
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Richteren 19:22

Terwijl de reiziger en zijn gastheer genoeglijk aan de maaltijd zaten, liepen de mannen van de stad bij het huis te hoop. Deze onverlaten bonsden op de deur en riepen tegen de oude heer des huizes: 'Laat die gast van u naar buiten komen, we willen hem nemen!'
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Deuteronomium 13:6

(13:7) Wanneer iemand-uw volle broer, uw zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend-u in het geheim probeert over te halen om andere goden te dienen, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet,
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Richteren 20:13

Lever die onverlaten in Gibea aan ons uit, dan zullen we hen doden en zo afrekenen met het kwaad dat in Israël werd begaan.' Maar de Benjaminieten gaven geen gehoor aan de oproep van hun volksgenoten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Samuel 20:1

Nu was er onder de Israëlieten ook een echte onruststoker, een zekere Seba, de zoon van Bichri, uit de stam Benjamin. Hij blies op de ramshoorn en zei: 'Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen met de zoon van Isaï! We breken op, volk van Israël!'
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Samuel 16:7

Hij vloekte en schreeuwde: 'Maak dat je wegkomt, moordenaar! Stuk ongeluk!
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Samuel 25:17

U moet er iets op verzinnen, want nu onze heer, die onheilstichter, zo'n toon tegen hem heeft aangeslagen, heeft hij zichzelf in het ongeluk gestort en ons erbij.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Koningen 21:10

Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Johannes 2:19

Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Koningen 21:13

Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de stad gebracht en gestenigd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Samuel 2:12

De zonen van Eli waren een stel afpersers. Ze trokken zich niets van de HEER aan
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Kronieken 13:7

en samen met de leeglopers en nietsnutten die zich bij hem hadden aangesloten, wist hij Rechabeam, de zoon van Salomo, te trotseren. Rechabeam was nog te jong en onervaren om hun weerstand te bieden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Samuel 25:25

Schenk alstublieft geen aandacht aan die domme praatjesmaker van een Nabal. Hij is een onbenul, zoals zijn naam al zegt. Had ik uw boden maar zelf te woord kunnen staan.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Samuel 10:27

Sommigen waren minder overtuigd en zeiden smalend: 'Moet die ons uit de nood redden?' Ze keken minachtend op hem neer en boden hem geen geschenken aan. Maar Saul deed alsof hij er niets van merkte.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Deuteronomium 4:19

En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Samuel 23:6

Maar de onwaardigen, zij zijn als doornstruiken, ontworteld door de wind, met blote handen raakt men ze niet aan.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

1 Johannes 3:10

Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Koningen 17:21

Want Israël had zich van het koningshuis van David losgescheurd en Jerobeam, de zoon van Nebat, als koning aangesteld. En Jerobeam dreef een wig tussen Israël en de HEER, door de Israëlieten aan te zetten tot grote zonde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

2 Korinthe 6:15

Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?
Gerelateerd aan Deuteronomium 13:13

Judas 1:19

Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet.
1
2
Volgende