SV
13En het zal geschieden, zo gij naarstiglijk zult horen naar Mijn geboden, die Ik u heden gebiede, om den HEERE, uw God, lief te hebben, en Hem te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;
14Zo zal Ik den regen uws lands geven te Zijner tijd, vroegen regen en spaden regen, opdat gij uw koren, en uw most, en uw olie inzamelt.
15En Ik zal kruid geven op uw veld voor uw beesten; en gij zult eten en verzadigd worden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
13And it shall come to pass, if ye shall hearken diligently unto my commandments which I command you this day, to love the LORD your God, and to serve him with all your heart and with all your soul,
14That I will give you the rain of your land in his due season, the first rain and the latter rain, that thou mayest gather in thy corn, and thy wine, and thine oil.
15And I will send grass in thy fields for thy cattle, that thou mayest eat and be full.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version