Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Numeri 13:28

Maar daar staat tegenover dat de bevolking van dat land sterk is. De steden zijn versterkt en heel groot, en ook hebben we er Enakieten gezien.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Deuteronomium 9:1

Luister, Israël! U staat op het punt de Jordaan over te steken om het land van die andere volken binnen te gaan en het in bezit te nemen. Zij zijn groter en machtiger dan u en hebben grote steden met hemelhoge versterkingen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 15:14

Kaleb verdreef er de drie zonen van Enak: Sesai, Achiman en Talmai;
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 11:22

Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gat en Asdod.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 14:8

Mijn metgezellen joegen ons volk de schrik op het lijf, maar ik bleef volledig op de HEER, mijn God, vertrouwen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Richteren 1:20

Hebron werd, overeenkomstig de woorden van Mozes, toegewezen aan Kaleb, die de drie zonen van Enak uit de stad verdreef.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

2 Samuel 21:16

Jisbibenob, een Refaïet die een nieuwe wapenrusting droeg met een speer die wel driehonderd sjekel koper woog, dreigde dat hij David zou doden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 2:9

'Ik weet, 'zei ze tegen hen, 'dat de HEER dit land aan jullie heeft gegeven. Wij zijn door angst overmand. Alle inwoners van dit land zijn doodsbang voor jullie,
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 2:24

Ze zeiden hem: 'De HEER heeft ons het hele land in handen gegeven, de inwoners zijn doodsbang voor ons.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jesaja 13:7

Daarom trillen alle handen en verweekt ieders hart van angst.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Exodus 15:15

ontzetting maakte zich meester van de stamvorsten van Edom, van de machtigen van Moab. Ze waren verlamd van schrik. De Kanaänieten sidderden, allen waren doodsbang.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Deuteronomium 20:8

Verder moeten ze tegen het krijgsvolk zeggen: ‘Wie bang is, wie het aan moed ontbreekt, mag naar huis terugkeren; anders verliezen de anderen misschien ook de moed.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Ezechiel 21:7

(21:12) Als ze je dan vragen: "Waarom kerm je zo?" zeg dan: "Er gaat een onheilsboodschap rond! De angst zal alle mensen om het hart slaan, hun armen zullen slap langs hun lichaam hangen, ze worden wanhopig, het water loopt hun langs de benen. Het komt, het zal gebeuren! -zo spreekt God, de HEER."'
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Jozua 2:11

Toen we dat hoorden, sloeg de angst ons om het hart en werden we wanhopig. De HEER, jullie God, is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 1:28

Richteren 1:10

Eerst vielen ze de Kanaänieten in Hebron aan, dat toen nog Kirjat-Arba heette. Daar versloegen ze Sesai, Achiman en Talmai.