SV
21En wiens loof schoon, en wiens vruchten vele waren, en waar spijze aan was voor allen, onder wien het gedierte des velds woonde, en in wiens takken de vogelen des hemels nestelden;
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
21Whose leaves were fair, and the fruit thereof much, and in it was meat for all; under which the beasts of the field dwelt, and upon whose branches the fowls of the heaven had their habitation:
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version