Gerelateerd aan Daniel 3:1
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jeremia 16:20
‘Kan een mens soms goden maken? Wat hij maakt-goden zijn het niet!
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Habakuk 2:19
'Wee hem die tegen een stuk hout zegt: "Word wakker!" en tegen een stomme steen: "Sta op!"' Zal dat beeld iets verkondigen? Het is wel gevat in goud en zilver, maar er zit geen leven in.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jesaja 46:6
Mensen schudden goud uit hun buidel of wegen zilver af op een weegschaal, ze nemen een edelsmid in dienst die er een god van maakt. Ze buigen zich neer en knielen ervoor.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Hosea 8:4
Ze hebben een koning aangesteld, maar buiten mij om, leiders gekozen zonder mij erin te kennen. Van hun zilver en goud hebben ze godenbeelden gemaakt, maar voor niets.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Handelingen 19:26
Maar jullie hebben uiteraard ook gemerkt dat Paulus niet alleen in Efeze, maar in bijna heel Asia een grote groep mensen heeft weten te overtuigen van zijn opvatting dat goden die door mensenhanden worden gemaakt geen goden zijn.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Psalmen 135:15
Goden van andere volken zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jesaja 2:20
Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
1 Koningen 12:28
Na rijp beraad besloot hij om twee gouden beelden te laten maken in de vorm van een stierkalf. Daarop zei hij tegen het volk: 'U bent nu vaak genoeg ter bedevaart naar Jeruzalem gegaan! Israël, dit is uw god die u uit Egypte heeft geleid.'
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Psalmen 115:4
Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Handelingen 17:29
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jesaja 40:19
Met een godenbeeld misschien? Dat is door een ambachtsman gemaakt, door een edelsmid overtrokken met goud en zilverbeslag.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jeremia 10:9
Ze zijn bewerkt met bladzilver, uit Tarsis ingevoerd, met goud afkomstig uit Ufaz, door een ambachtsman, door de handen van een goudsmid. Ze zijn in blauw- en roodpurper gekleed, ze zijn vakkundig gemaakt.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Daniel 5:23
U bent tegen de heer van de hemel opgestaan. U hebt de bekers laten halen die uit zijn tempel afkomstig zijn, en u en uw machthebbers, uw hoofdvrouwen en bijvrouwen, hebben er wijn uit gedronken. U hebt uw goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen geprezen, goden die niets zien of horen of weten. Maar de God die beschikt over uw levensadem en die al uw doen en laten bepaalt, hebt u niet verheerlijkt.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Jesaja 30:22
Dan zullen jullie je met zilver overtrokken beelden en je vergulde godenbeelden als onrein beschouwen. ‘Eruit!’ zul je tegen ze zeggen, zoals je een vrouw wegstuurt die ongesteld is.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Daniel 2:31
U, majesteit, hebt een visioen gehad. U zag een groot beeld. Dat beeld was reusachtig en bezat een prachtige glans. Het stond voor u en de aanblik ervan was afschrikwekkend.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Daniel 2:48
Toen benoemde de koning Daniël in een hoge functie en gaf hem vele grote geschenken; hij maakte hem heerser over de hele provincie Babel en benoemde hem tot hoofd van alle wijzen van Babylonië.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Deuteronomium 7:25
Hun godenbeelden moet u verbranden, zonder u het zilver en goud ervan toe te eigenen, want dat zou uw ondergang worden omdat de HEER, uw God, ze verafschuwt.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Exodus 32:31
Hierop keerde hij terug naar de HEER. 'Ach HEER, 'zei hij, 'dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Exodus 20:23
Je mag daarom geen goden van zilver of goud maken om die naast mij te vereren.
Gerelateerd aan Daniel 3:1
Exodus 32:2
Aäron antwoordde: 'Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.'
1
2