Gerelateerd aan Daniel 11:7
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Daniel 11:38
In plaats daarvan vereert hij de god van de vestingen; met goud, zilver, edelstenen en andere kostbaarheden vereert hij een god die zijn voorouders nooit gekend hebben.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Psalmen 49:10
(49:11) Dit zien we: wijze mensen sterven, maar ook dommen en dwazen vergaan en laten hun vermogen achter.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Ezechiel 17:18
Hij heeft zijn woord gebroken door het verdrag niet na te leven. Hoewel hij een plechtige eed gezworen had, heeft hij dit alles toch gedaan: hij zal niet vrijuit gaan!
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Jeremia 12:2
U hebt hen geplant, ze schoten wortel, liepen uit en droegen vrucht. Ze hebben de mond vol van u, maar dragen u niet in het hart.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Job 14:7
Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Maleachi 4:1
(3:19) Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid-zegt de HEER van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Psalmen 109:8
Dat zijn dagen geteld zijn, een ander zijn ambt overneemt,
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Daniel 11:19
Daarna keert hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land, maar hij komt ten val en verdwijnt.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Psalmen 55:23
(55:24) Maar hen, God, doet u neerdalen in de kuil der ontbinding. Die mannen van bloed en bedrog-zij zullen hun leven niet half voltooien, maar ik, ik vestig mijn hoop op u.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Jesaja 9:14
(9:13) Daarom zal de HEER bij Israël in één haal kop en staart, palmtak en riet afsnijden;
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Jesaja 11:1
Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
Gerelateerd aan Daniel 11:7
Lukas 12:20
Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?”