Gerelateerd aan Daniel 1:7
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 2:49
Op Daniëls verzoek droeg de koning het bestuur van de provincie Babel over aan Sadrach, Mesach en Abednego, terwijl Daniël zelf aan het hof van de koning bleef.
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 5:12
Deze Daniël, die door de koning Beltesassar werd genoemd, beschikt over een buitengewone begaafdheid, en over kennis en verstand, waardoor hij dromen kan uitleggen, raadsels kan oplossen en knopen ontwarren. Ontbied daarom Daniël, hij zal u vertellen wat er staat.'
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 4:8
(4:5) Ten slotte ontving ik Daniël, die de naam van mijn god Beltesassar draagt en in wie de geest van de heilige goden woont. En ik vertelde hem mijn droom:
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 1:3
De koning gaf het hoofd van zijn eunuchen, Aspenaz, opdracht een aantal Israëlieten van koninklijke en voorname afkomst naar zijn paleis te brengen.
Gerelateerd aan Daniel 1:7
2 Koningen 24:17
Hij stelde Mattanja, een oom van Jojachin, in diens plaats als koning aan en veranderde zijn naam in Sedekia.
Gerelateerd aan Daniel 1:7
2 Koningen 23:34
Hij stelde Eljakim, een andere zoon van Josia, als opvolger van zijn vader aan en veranderde zijn naam in Jojakim. Joachaz werd door de farao meegevoerd naar Egypte, en daar is hij gestorven.
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 2:26
De koning vroeg Daniël, die ook Beltesassar genoemd werd: 'Kunt u me werkelijk vertellen wat ik heb gedroomd en wat die droom betekent?'
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Genesis 41:45
Hij gaf Jozef de naam Safenat-Paneach, en hij gaf hem Asnat tot vrouw; zij was een dochter van Potifera, een priester in Heliopolis. Jozef reisde heel Egypte door.
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 1:10
Toch zei de hoofdeunuch tegen hem: 'Ik ben bang voor mijn heer, de koning; hij heeft bepaald wat jullie zullen eten en drinken, en als hij vindt dat jullie er slechter uitzien dan jullie leeftijdsgenoten zal hij mij daarvoor verantwoordelijk stellen.'
Gerelateerd aan Daniel 1:7
Daniel 3:12
Er zijn enkele Judese mannen aan wie u het bestuur over de provincie Babel hebt opgedragen, Sadrach, Mesach en Abednego. Deze mannen storen zich niet aan uw bevel, majesteit. Ze vereren uw goden niet en buigen niet voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.'