Gerelateerd aan Amos 4:8

Gerelateerd aan Amos 4:8

Amos 4:6

Ik was het die jullie in elke stad honger liet lijden en maakte dat er in geen enkel dorp brood was: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Haggaï 1:6

Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten.
Gerelateerd aan Amos 4:8

1 Koningen 18:5

Achab zei tegen Obadja: 'Ga alle bronnen en rivieren in het land langs. Misschien is er ergens gras te vinden, zodat we onze paarden en muildieren in leven kunnen houden en het vee niet hoeven af te maken.'
Gerelateerd aan Amos 4:8

Jesaja 41:17

Armen en behoeftigen zoeken water-niets! Hun tong verdroogt van de dorst. Ik, de HEER, zal hun antwoord geven, ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Ezechiel 4:16

Ook zei hij tegen mij: 'Mensenkind, let op! Spoedig zal ik in Jeruzalem het brood dat het volk staande houdt, schaars maken. Dan zullen ze het brood dat ze eten, moeten afwegen en daarbij door zorgen worden verteerd, en het water dat ze drinken, moeten afmeten en daardoor van wanhoop worden vervuld.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Micha 6:14

Nu zul je eten maar niet verzadigd worden, en je darmen raken verstopt. Wat je opbergt kun je niet behouden, en wat je wel behoudt laat ik ten prooi vallen aan het zwaard.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Jeremia 14:3

De rijken sturen hun knechten om water. Ze komen bij de putten, maar water vinden ze niet. Met lege kruiken keren ze terug. Verslagen en beschaamd houden ze hun gezicht bedekt.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Amos 4:9

Ik trof jullie met korenbrand en meeldauw; sprinkhanen vraten je tuinen en wijngaarden kaal, en alle vijgen en olijven: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Hosea 7:10

Hoewel de hoogmoed van de Israëlieten tegen hen getuigde, zijn ze niet naar de HEER, hun God, teruggekeerd; ondanks alles hebben ze zich niet tot hem gewend.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Jeremia 23:14

Bij Jeruzalems profeten zie ik gruwelijke dingen: overspel! leugen op leugen! Zij steunen de boosdoeners, zodat die niet breken met hun kwalijke praktijken. Iedereen is even slecht geworden als de inwoners van Sodom en Gomorra.
Gerelateerd aan Amos 4:8

Jeremia 3:7

Ik dacht: Als ze van dat alles genoeg heeft, komt ze wel bij me terug. Maar ze kwam niet terug. Haar afvallige zuster Juda zag