Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Lukas 22:24
Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Lukas 9:48
Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Titus 1:7
Een opziener moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig;
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Markus 10:35
Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Markus 9:34
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Mattheüs 10:40
Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Filippensen 2:3
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Mattheüs 20:20
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Mattheüs 23:4
Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Romeinen 12:10
Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
3 Johannes 1:8
Daarom horen wij zulke mensen gastvrij te ontvangen en zo mee te werken aan de verkondiging van de waarheid.
Gerelateerd aan 3 Johannes 1:9
Markus 9:37
‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’