Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Johannes 17:10

-alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij-en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

1 Korinthe 3:13

van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Jesaja 49:3

Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij. In jou, Israël, toon ik mijn luister.’
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

1 Thessalonicensen 2:13

Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

1 Korinthe 1:6

bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is,
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

2 Timotheüs 1:12

daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Efeze 1:18

Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen,
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

2 Timotheüs 1:18

Moge de Heer zich op de grote dag over hem ontfermen. En welke diensten hij in Efeze verleend heeft, weet je zelf het beste.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

1 Petrus 2:9

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

2 Timotheüs 4:8

Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Numeri 23:23

Voortekens lezen is Jakob vreemd, van waarzeggerij houdt Israël zich ver; God zelf spreekt tot Jakob, op zijn eigen tijd, God zelf zegt tegen Israël wat hij bewerken zal.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Psalmen 89:7

(89:8) met God, zeer geducht in de raad van de hemelingen, gevreesd bij allen die hem omringen?
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Efeze 3:16

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest,
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

1 Thessalonicensen 2:1

U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Jeremia 33:9

Jeruzalem zal mij weer vreugde geven en mij lof en roem brengen bij alle volken op aarde. Die zullen horen hoeveel geluk en voorspoed ik Jeruzalem schenk, en huiveren van ontzag.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Mattheüs 24:36

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Efeze 2:7

Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

2 Thessalonicensen 2:13

Maar voor u, broeders en zusters, geliefden van de Heer, moeten wij God altijd danken. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid.
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Psalmen 68:35

(68:36) Ontzagwekkend bent u, God, in uw heiligdom. De God van Israël, hij geeft macht en nieuwe kracht aan zijn volk. Geprezen zij God!
Gerelateerd aan 2 Thessalonicensen 1:10

Johannes 11:4

Toen Jezus dit hoorde zei hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’
1
2
Volgende