Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
1 Samuel 27:8
trokken ze er geregeld op uit om de stammen te overvallen die woonden in het gebied van Telam tot aan Sur, waar Egypte begint: nu eens de Gesurieten, dan weer de Girzieten of de Amalekieten.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
1 Kronieken 3:1
Dit zijn de zonen die David in Hebron kreeg: de oudste was Amnon, een zoon van Achinoam uit Jizreël; de tweede was Daniël, een zoon van Abigaïl uit Karmel;
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
Deuteronomium 3:14
Jaïr, een nakomeling van Manasse, veroverde het gebied van Argob tot aan de grens met Gesur en Maächa en noemde Basan de Dorpen van Jaïr, naar zichzelf, en zo heet het tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
Jozua 13:13
Maar Israël roeide de Gesurieten en de Maächatieten niet uit, zodat deze volken in hun midden bleven wonen, tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 2:2
Daarop trok David naar Hebron. Hij nam zijn beide vrouwen mee, Achinoam uit Jizreël en Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel,
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
1 Samuel 25:42
Snel maakte ze zich klaar om te vertrekken. Toen reed ze op haar ezel, met vijf slavinnen in haar gevolg, achter de boden van David aan en werd zijn vrouw.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 13:37
Ondertussen vond Absalom een veilig heenkomen bij Talmai, de zoon van Ammichur, de koning van Gesur, terwijl David bleef rouwen over zijn zoon.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
1 Samuel 25:3
Zijn naam was Nabal en zijn vrouw heette Abigaïl. Zij had een helder verstand en was mooi om te zien; hij was hard en gewetenloos. Hij was een nakomeling van Kaleb.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 13:20
Daar vroeg haar broer Absalom haar: 'Is Amnon je te na gekomen? Zwijg dan, zusje, hij is je broer; je doet er beter aan het te laten rusten.' Tamar bleef voortaan bij haar broer Absalom, van het leven afgesneden.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 18:9
Absalom, die op zijn muildier reed, kwam plotseling oog in oog te staan met een aantal soldaten van David. Toen het muildier onder een grote terebint doorging, raakte Absalom met zijn haren verstrikt in de takken. Zo bleef hij hangen tussen hemel en aarde, terwijl het muildier verder draafde.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 18:33
(19:1) Toen voer er een siddering door de koning. Jammerend trok hij zich terug in het vertrek boven de poort: 'Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij! Absalom, mijn zoon, mijn zoon!'
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 14:24
Toen zei de koning: 'Laat hij rechtstreeks naar zijn huis gaan, want ontvangen zal ik hem niet.' Zo keerde Absalom naar huis terug, maar door de koning werd hij niet ontvangen.
Gerelateerd aan 2 Samuel 3:3
2 Samuel 17:1
Achitofel zei tegen Absalom: 'Laat mij twaalfduizend mannen uitkiezen en achter David aan gaan, vannacht nog.