Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Hosea 4:15
Als jij zo trouweloos bent, Israël, maak dan Juda tenminste niet medeschuldig. Kom niet naar Gilgal, trek niet naar het goddeloze Betel, en zweer daar niet: 'Zo waar de HEER leeft!'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Hosea 5:3
Ik kende Efraïm, Israël lag mij na aan het hart; maar nu is Efraïm overspelig geworden, Israël heeft zich besmeurd.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
2 Samuel 19:9
(19:10) In heel het land, bij alle stammen van Israël, was men druk aan het beraadslagen: 'De koning heeft ons bevrijd uit de greep van onze vijanden; hij was het die ons heeft gered uit de handen van de Filistijnen. Nu is hij het land uit gevlucht voor Absalom.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
2 Samuel 16:5
Zodra David bij Bachurim was aangekomen, kwam er iemand aanlopen uit de familie van Saul, een zekere Simi, de zoon van Gera. Vloekend en tierend kwam hij aanlopen,
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
1 Koningen 12:25
Jerobeam vestigde zich in Sichem, in het bergland van Efraïm, nadat hij de stad eerst had versterkt. Later trok hij daar weg en versterkte hij Penuël.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Genesis 48:20
Zo zegende hij hen die dag met de woorden: ‘Jullie naam zal worden genoemd in de zegenwensen van de Israëlieten. Ze zullen zeggen: “Moge God u maken als Efraïm en Manasse.”’ Zo plaatste hij Efraïm vóór Manasse.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Jeremia 22:23
Jij die zetelt op de Libanon, in cederbomen nestelt, wat zul je zuchten en kreunen, zoals een vrouw in barensnood.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
1 Koningen 12:20
De Israëlieten, die hadden gehoord dat Jerobeam was teruggekeerd, lieten hem vragen om voor de volksvergadering te verschijnen. Daar werd hij uitgeroepen tot koning van heel Israël. Er was niemand meer die het koningshuis van David steunde, behalve de stam Juda.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Psalmen 78:34
Zodra er doden vielen, zochten zij God, zij kwamen tot inkeer en verlangden naar hem,
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Hosea 5:15
Ik ga terug naar de plaats waar ik woon, totdat ze voor hun daden geboet hebben en mij weer gaan zoeken. Door de nood gedreven zullen ze weer naar mij vragen.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:20
Genesis 48:14
Maar Israël kruiste zijn handen: zijn rechterhand legde hij op het hoofd van Efraïm, hoewel die de jongste was, en zijn linkerhand legde hij op het hoofd van Manasse, hoewel die de oudste was.