13Voorts zeide David tot den jongen, die hem de boodschap gebracht had: Van waar zijt gij? En hij zeide: Ik ben de zoon van een vreemden man, van een Amalekiet.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
13And David said unto the young man that told him, Whence art thou? And he answered, I am the son of a stranger, an Amalekite.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.