Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6-8

Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Judas 1:7

En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Numeri 26:10

De aarde had haar mond geopend en hen met Korach opgeslokt, terwijl zijn tweehonderdvijftig aanhangers de dood vonden door een verterend vuur. Zo waren zij een afschrikwekkend voorbeeld geworden.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Deuteronomium 29:23

(29:22) heel de bodem door zwavel en zout vergiftigd, zodat zaaien geen zin meer heeft en er helemaal niets meer wil groeien, net zoals toen de HEER in zijn grote woede Sodom en Gomorra, Adma en Seboïm weggevaagd had-,
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Genesis 19:24

Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Lukas 17:28

Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden;
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

1 Korinthe 10:11

Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Amos 4:11

Ik vernietigde jullie, zoals ik Sodom en Gomorra vernietigd heb; jullie werden als een stuk zwartgeblakerd hout dat uit de vlammen is weggerukt: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER .
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Genesis 19:28

Toen hij uitkeek over Sodom en Gomorra en over de hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen als uit een smeltoven.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Jeremia 50:40

Ik heb Sodom, Gomorra en de naburige steden verwoest, ik liet daar niemand meer wonen- spreekt de HEER. Zo zal er niemand meer wonen in Babel, geen mens zal er nog verblijven.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Ezechiel 16:49

Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Judas 1:15

om over allen zijn vonnis uit te spreken; alle goddeloze zondaars zal hij veroordelen voor alle goddeloze daden die ze in hun goddeloosheid bedreven hebben en voor de harde woorden waarmee ze hem hebben beledigd.'
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Zefanja 2:9

Daarom, zo waar ik leef-spreekt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël-zal Moab worden als Sodom en Ammon als Gomorra: een distelveld, een zoutput, voor altijd een woestenij. Wat er nog over is van mijn volk zal ze plunderen, wat er van mijn natie nog rest zal ze in bezit nemen.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Jesaja 13:19

Babel, de parel onder de koninkrijken, de grote trots van de Chaldeeën, Babel wordt als Sodom en Gomorra, steden door God verwoest.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:6

Hosea 11:8

Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven? Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël? Zou ik je prijsgeven als Adma, je laten ondergaan als Seboïm? Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

Genesis 19:16

Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

Genesis 19:29

Toen God de steden wegvaagde waar Lot had gewoond, liet hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God, toen hij de steden in de vallei verwoestte, rekening met Abraham.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

1 Korinthe 10:13

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

Genesis 19:7

‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zei hij.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

Genesis 19:22

Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan ik niets doen.’ Zo kreeg die stad de naam Soar.
Gerelateerd aan 2 Petrus 2:7

Jeremia 9:1

(8:23) Ach, was mijn hoofd maar een waterval, mijn oog een bron van tranen: dag en nacht zou ik huilen over de doden van mijn volk. Ach, had ik maar een nachtverblijf in de woestijn. Ik zou mijn volk verlaten, van hen weggaan.’ ‘Ze zijn allen even trouweloos, het is een bende bedriegers.
1
2
Volgende