Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22-23

Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jeremia 25:12

Maar als die zeventig jaar voorbij zijn, zal ik de koning van Babylonië en zijn volk voor hun misdaden laten boeten-spreekt de HEER. Ik maak het land van de Chaldeeën voor altijd tot een woestenij.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Ezra 1:1

In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jeremia 29:10

Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

2 Kronieken 36:21

Zo ging in vervulling wat de HEER bij monde van Jeremia had voorzegd. Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jesaja 44:28

Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder, alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer: hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jesaja 13:17

Ik zet tegen hen de Meden op, die niet om zilver geven, noch zich door goud laten verleiden.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Ezra 1:5

De familiehoofden van de stammen Juda en Benjamin, de priesters en de Levieten, allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken en te beginnen met de bouw van de tempel van de HEER.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jeremia 32:42

Dit zegt de HEER: Zoals ik over dit volk al dit grote onheil heb gebracht, zo zal ik het al het goede brengen dat ik hun beloof.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jeremia 33:10

Dit zegt de HEER: Jullie zeggen over dit land dat het een woestenij is, dat er mens noch dier meer leeft. Maar in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem, die nu verwoest zijn, waar mens noch dier meer leeft,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Daniel 10:1

In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

2 Kronieken 21:16

De HEER zette de Filistijnen en de Arabische stammen die in de buurt van de Nubiërs woonden tegen Joram op.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jesaja 13:3

Ik heb mijn heilige legers bevel gegeven, mijn krijgshelden opgeroepen mijn wraak te voltrekken, juichend over mijn majesteit.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Hebreeën 10:23

Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want hij die de belofte heeft gedaan is trouw.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

1 Samuel 26:19

Luister alstublieft naar wat ik u te zeggen heb, mijn heer en koning: Als het de HEER is die u tegen mij heeft opgezet, laat dan een geurig offer hem vermurwen. Maar als u door mensen bent opgestookt, moge de HEER ze dan vervloeken omdat ze mij uit Gods eigen land verdrijven en zeggen dat ik maar andere goden moet gaan dienen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Haggaï 1:14

Zo zette de HEER Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en wie er van het volk nog over waren, ertoe aan te beginnen met het herstel van de tempel van de HEER van de hemelse machten, hun God.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

2 Kronieken 24:9

In Juda en Jeruzalem werden de mensen opgeroepen om de bijdrage voor de HEER te komen brengen die Mozes, de dienaar van God, in de woestijn voor Israël had vastgesteld.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

1 Koningen 11:23

God gaf Salomo nog een tegenstander: Rezon, de zoon van Eljada. Deze was weggelopen van zijn heer, koning Hadadezer van Soba,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

Jeremia 25:14

Dan zullen de Chaldeeën zelf door vele volken en machtige koningen worden onderworpen. Zo zal ik hun vergelden wat ze hebben misdaan.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

2 Kronieken 30:5

besloten ze om in heel Israël, van Berseba tot Dan, te laten omroepen dat men naar Jeruzalem moest komen om aan de HEER, de God van Israël, het pesachoffer op te dragen. Voor die tijd hadden ze dat namelijk niet gezamenlijk gedaan, hoewel het zo was voorgeschreven.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 36:22

1 Koningen 11:14

De HEER gaf Salomo een tegenstander: de Edomiet Hadad, een lid van het koningshuis van Edom.
1
2
Volgende