Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22-28
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
Exodus 15:20
De profetes Mirjam, Aärons zuster, pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend. En Mirjam zong dit refrein:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
Handelingen 21:9
Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gave van de profetie bezaten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
Lukas 2:36
Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
2 Koningen 22:14
De priester Chilkia, Achikam, Achbor, Safan en Asaja gingen naar de profetes Chulda, de vrouw van Sallum. Sallum was de zoon van Tikwa, de zoon van Charchas; hij beheerde de priesterkleding. Chulda woonde in het nieuwe stadsdeel van Jeruzalem. Toen ze haar alles verteld hadden,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
Lukas 1:41
Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:22
Richteren 4:4
In die tijd was een zekere Debora rechter over Israël. Deze Debora, de vrouw van Lappidot, was profetes.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:23
Jeremia 21:3
Jeremia antwoordde: ‘Zeg tegen Sedekia het volgende:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:23
2 Koningen 22:15
zei Chulda tegen hen: 'Dit zegt de HEER, de God van Israël: Zeg tegen degene die jullie naar mij heeft toegestuurd:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:23
Jeremia 37:7
‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Zeg tegen de koning van Juda, die jullie heeft gestuurd om mij te raadplegen, dat het leger van de farao, dat jullie te hulp komt, naar Egypte zal terugkeren.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
2 Kronieken 36:14
Ook de leiders van de priesters en het volk verzaakten voortdurend hun plichten, gaven zich over aan de verfoeilijke praktijken van andere volken en bezoedelden de tempel die de HEER in Jeruzalem geheiligd had.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Deuteronomium 28:15
Maar als u de HEER, uw God, niet gehoorzaamt en zijn geboden en wetten, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, niet nauwkeurig naleeft, zullen deze vervloekingen u treffen:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jeremia 36:31
Ik zal hem, zijn kinderen en zijn hovelingen voor hun wandaden laten boeten. Ik zal over hen, de bevolking van Jeruzalem en die van Juda al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ze hebben niet willen luisteren.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
2 Koningen 21:12
Daarom-zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal over Jeruzalem en Juda onheil brengen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jeremia 35:17
Daarom-dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal over Juda en de bevolking van Jeruzalem al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ik heb tot hen gesproken, maar zij hebben niet geluisterd; ik heb hen geroepen, maar zij hebben niet geantwoord.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
2 Koningen 23:26
Toch liet de HEER zijn toorn tegen Juda, waarin hij was ontbrand doordat Manasse hem tot het uiterste had getergd, niet varen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jesaja 5:4
Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jeremia 19:15
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik breng over deze stad en de omliggende steden al het onheil dat ik aangekondigd heb, want de inwoners weigeren hardnekkig naar mijn waarschuwingen te luisteren.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jeremia 6:19
Aarde, luister, ik breng onheil over dat volk. Dat is de vrucht van hun bedenksels, omdat zij niet naar mijn woorden hebben geluisterd, mijn wet hebben verworpen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24
Jeremia 19:3
Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:25
Jeremia 7:20
Daarom, dit zegt God, de HEER: Ik stort over dit land, over de mensen, de dieren, de bomen en gewassen op het veld mijn grote woede uit. Alles zal branden, en niets zal worden geblust.
1
2
3
4