Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Ezechiel 8:16

Hij bracht me naar de binnenhof van de tempel van de HEER. Bij de ingang, tussen de voorhal en het altaar, stonden ongeveer vijfentwintig mannen. Ze stonden met hun rug naar de tempel, met hun gezicht naar het oosten, en ze bogen zich in aanbidding neer voor de zon.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Jeremia 2:27

Ze zeggen tegen een blok hout: “U bent onze vader, ”tegen een stuk steen: “U hebt ons gebaard.” Ze hebben mij de rug toegekeerd, ze kijken mij niet langer aan. Maar als ze in nood zijn, roepen ze: “Kom toch, red ons!”
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Daniel 9:16

Heer, u bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem, uw heilige berg, van uw hevige toorn; want om onze zonden en om de overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en uw volk te schande gemaakt bij alle volken om ons heen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Nehemia 9:32

En nu, o God, grote, sterke en ontzagwekkende God, u die zich trouw houdt aan het verbond, wees niet onverschillig voor de rampspoed die ons getroffen heeft, ons en onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze profeten, onze voorouders en heel uw volk, vanaf de tijd van de Assyrische koningen tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Jeremia 2:17

Je hebt het aan jezelf te wijten, je hebt de HEER, je God, verlaten toen hij je leidde op je weg.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Jeremia 44:21

‘De HEER is niet vergeten dat jullie, je voorouders, jullie koningen, leiders en de rest van de bevolking in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem wierook hebben gebrand. Het staat hem nog levendig voor de geest.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Jeremia 2:13

Twee wandaden heeft mijn volk begaan: het heeft mij verlaten, de bron van levend water, en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Ezra 5:12

Maar omdat onze voorouders de God van de hemel hebben vertoornd, heeft hij hen aan de koning van Babylonië, de Chaldeeër Nebukadnessar, uitgeleverd. Hij heeft deze tempel verwoest en het volk in ballingschap naar Babylonië weggevoerd.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Mattheüs 23:30

en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.”
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Jeremia 16:19

‘O HEER, mijn kracht en mijn burcht, mijn toevlucht in tijden van nood. Van de einden der aarde komen alle volken naar u toe. Ze zullen zeggen: “De goden van onze voorouders blijken niets dan bedrog, ze zijn niets waard, ze bieden geen hulp.”’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Mattheüs 10:37

Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

2 Kronieken 34:21

'Ga ter wille van mij en ter wille van het volk dat in Israël en Juda is overgebleven de HEER raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de HEER zal zijn hevige woede over ons uitstorten omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan de woorden van de HEER en niet hebben nageleefd wat in dit boek geschreven staat.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Klaagliederen 5:7

Onze voorouders hebben gezondigd; zij zijn er niet meer, nu dragen wij hun schuld.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

2 Kronieken 28:2

maar volgde het voorbeeld van de koningen van Israël. Hij ging zelfs zo ver dat hij godenbeelden maakte voor de Baäls.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Ezra 9:7

Vanaf de dagen van onze voorouders tot aan deze dag zijn wij zeer schuldig tegenover u, en vanwege onze zonden zijn wij, onze koningen, onze priesters, overgeleverd aan de macht van de koningen van andere landen, aan geweld, aan gevangenschap, aan plundering, en aan openlijke schande, zoals nu.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

2 Kronieken 28:23

Hij bracht offers aan de goden van Damascus, die hem verslagen hadden, want hij dacht bij zichzelf: De goden van de koningen van Aram helpen hun volk wél. Als ik hun offers breng, helpen ze mij vast ook. Maar zij brachten hem en heel Israël juist ten val.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 29:6

Nehemia 9:16

Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden.