Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

Jesaja 7:1

In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

2 Kronieken 24:24

Want hoewel de Arameeërs hun aanval ondernamen met een kleine troepenmacht, leverde de HEER een zeer groot leger aan hen uit, omdat de Judeeërs zich van de HEER, de God van hun voorouders, hadden afgewend. Ook aan Joas werd de straf voltrokken.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

2 Koningen 16:5

In die tijd trokken koning Resin van Aram en koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, tegen Jeruzalem ten strijde. Ze dreven Achaz in het nauw, maar slaagden er niet in hem te overwinnen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

Jesaja 7:6

‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ -
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

2 Kronieken 33:11

Toen stuurde de HEER de aanvoerders van de koning van Assyrië met zijn leger op hen af. Zij bedwongen Manasse met haken, boeiden hem met bronzen ketenen en voerden hem mee naar Babel.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

2 Kronieken 36:17

Toen stuurde hij de koning van de Chaldeeën op hen af, die hun uitgelezen mannen ombracht in hun heilige tempel. Niemand werd gespaard; jonge mannen en vrouwen, oude mensen en ook hoogbejaarden werden aan de koning uitgeleverd.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

2 Kronieken 36:5

Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER, zijn God.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

Exodus 20:2

'Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:5

Richteren 2:14

Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden.