Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 24:5
Hij riep de priesters en de Levieten bijeen en droeg hun het volgende op: 'Ga naar de steden van Juda en zamel in heel Israël zilver in voor het jaarlijkse onderhoud van de tempel van uw God. Zet zo veel mogelijk spoed achter deze zaak.' Maar de Levieten maakten geen haast.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 23:2
en zij gingen het hele land door om in alle steden van Juda de Levieten en de familiehoofden van Israël op te roepen om naar Jeruzalem te komen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 12:6
Hierop bogen de koning en de leiders van Israël het hoofd en zeiden: 'De HEER is rechtvaardig.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 35:18
Sinds de dagen van de profeet Samuël was Pesach in Israël niet meer op deze manier gevierd. Geen van Israëls koningen had Pesach gevierd zoals Josia nu deed met de priesters en de Levieten en allen die uit Juda en Israël waren gekomen en de inwoners van Jeruzalem.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 24:16
Omdat hij voor Israël en voor God en diens tempel zoveel goeds had gedaan, werd hij begraven bij de koningen in de Davidsburcht.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 21:4
Zodra Joram de macht in zijn vaders koninkrijk had overgenomen, vermoordde hij al zijn broers en ook een aantal leiders van Israël.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 33:18
Verdere bijzonderheden over Manasse, over zijn gebed tot zijn God en de woorden die de zieners in de naam van de HEER, de God van Israël, tot hem richtten, staan in de kronieken van de koningen van Israël.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 28:23
Hij bracht offers aan de goden van Damascus, die hem verslagen hadden, want hij dacht bij zichzelf: De goden van de koningen van Aram helpen hun volk wél. Als ik hun offers breng, helpen ze mij vast ook. Maar zij brachten hem en heel Israël juist ten val.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 28:27
Toen hij stierf, werd hij wel in Jeruzalem begraven, maar niet bijgezet in de graven van de koningen van Israël. Zijn zoon Jechizkia volgde hem op.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 21:2
2 Kronieken 28:19
De HEER had Juda vernederd omdat Achaz als koning van de Israëlieten de zeden in Juda had laten verwilderen en zijn plicht tegenover de HEER had verzaakt.