Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Genesis 10:19
zodat hun gebied zich van Sidon in de richting van Gerar uitstrekte tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot aan Lesa.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Genesis 26:1
Eens brak er in het land hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Genesis 20:1
Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen. Toen hij een tijdlang in Gerar verbleef,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Job 6:9
Wilde hij mij maar verpletteren, zijn hand terugtrekken, mijn levensdraad afsnijden.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Jozua 5:14
De man antwoordde: 'Bij geen van beide, ik ben de aanvoerder van het leger van de HEER. Daarom ben ik hier.' Jozua viel op zijn knieën, boog diep voorover en vroeg hem: 'Mijn heer, ik ben uw dienaar, wat beveelt u mij?'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Psalmen 108:11
(108:12) Bent u het niet, God, u die ons verstoten had, voert u niet, God, onze legers aan?
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
1 Kronieken 12:22
(12:23) Elke dag opnieuw sloten zich mensen bij David aan om hem te steunen, en zo werd zijn leger geweldig groot.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Job 9:4
Hoe wijs van hart, hoe sterk een mens ook is, God kan hij nimmer straffeloos trotseren.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
2 Thessalonicensen 1:9
Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
2 Kronieken 14:14
(14:13) Ze veroverden alle steden in de omgeving van Gerar, die door vrees voor de HEER waren bevangen, en plunderden die omdat er een rijke buit te halen viel.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
Genesis 10:1
Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de zonen van Noach; na de zondvloed kregen zij zonen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 14:13
1 Samuel 25:28
Vergeef me alstublieft dat ik heb gefaald. Ik weet zeker dat de HEER uw huis zal laten voortbestaan, u trekt immers voor de HEER ten strijde. Er mag bij u dus uw leven lang geen spoor van kwaad te vinden zijn.