Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
2 Koningen 8:28
Achazja ging met koning Joram, de zoon van Achab, mee naar Ramot in Gilead om de strijd aan te binden met koning Hazaël van Aram. Maar toen Joram gewond raakte,
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
1 Koningen 22:3
De koning van Israël zei tegen zijn raadsheren: 'U weet dat Ramot in Gilead ons toebehoort. Wat weerhoudt ons ervan die stad op de koning van Aram te heroveren?'
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
1 Koningen 16:7
Bij monde van de profeet Jehu, de zoon van Chanani, had de HEER zich dus tegen Basa en zijn familie gericht, omdat hij had gedaan wat slecht is in de ogen van de HEER. Hij had immers, net zoals Jerobeam en zijn familie, de HEER met zijn handelwijze getergd. Bovendien had hij de familie van Jerobeam uitgemoord.
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
2 Koningen 10:9
De volgende morgen kwam hij naar buiten en sprak de bevolking als volgt toe: 'Oordeelt u zelf: Ik heb tegen mijn heer een samenzwering gesmeed en hem vermoord. Maar door wie zijn deze koningszonen gedood?
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
1 Koningen 16:9
Tegen hem werd een aanslag beraamd door zijn dienaar Zimri, de bevelhebber van de helft van de wagenmenners. Toen Ela zich een keer aan het bedrinken was in het huis van zijn hofmeester Arsa, in Tirsa,
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
2 Koningen 15:30
Tegen Pekach, de zoon van Remaljahu, werd een samenzwering beraamd door Hosea, de zoon van Ela. Het was in het twintigste regeringsjaar van koning Jotam, de zoon van Uzzia, dat Hosea Pekach doodde en in zijn plaats koning werd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
2 Koningen 9:31
Toen Jehu bij de stadspoort aankwam verwelkomde ze hem met de woorden: 'Gaat het goed met je, Zimri de Koningsmoordenaar?'
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
1 Koningen 15:27
Basa, de zoon van Achia, uit de stam Issachar, beraamde een aanslag op Nadab en doodde hem bij de Filistijnse stad Gibbeton toen Nadab met het leger van Israël deze stad belegerde.
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
1 Koningen 16:16
Toen de Israëlieten daar hoorden dat Zimri een aanslag op de koning had gepleegd en hem gedood had, riepen ze diezelfde dag nog, in het legerkamp, hun bevelhebber Omri tot koning van Israël uit.
Gerelateerd aan 2 Koningen 9:14
2 Koningen 8:12
'Waarom huilt u, mijn heer?' vroeg Hazaël, en Elisa antwoordde: 'Omdat ik weet welke ellende u de Israëlieten zult aandoen. U zult hun versterkte steden in de as leggen, hun jongemannen aan uw zwaard rijgen, hun kinderen de schedel inslaan en hun zwangere vrouwen de buik openrijten.'