Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Lukas 9:13

Maar hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’ Ze zeiden: ‘We hebben maar vijf broden en twee vissen. Moeten wij dan eten gaan kopen voor al die mensen?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Johannes 6:9

‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen-maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Mattheüs 14:20

Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Mattheüs 15:37

Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze zeven manden vol.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Markus 8:20

‘En toen ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’ ‘Zeven, ‘antwoordden ze.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Mattheüs 16:8

Jezus merkte het en zei: ‘Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt?
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Mattheüs 14:16

Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Mattheüs 15:33

De leerlingen antwoordden: ‘Maar waar halen we in deze verlatenheid genoeg brood vandaan om al die mensen te voeden?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Markus 8:4

Zijn leerlingen antwoordden: ‘Maar hoe zou iemand hen hier, in deze verlatenheid, van genoeg brood kunnen voorzien?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Lukas 9:17

De mensen aten en allen werden verzadigd; de stukken brood die overbleven werden opgehaald, twaalf manden vol.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Markus 6:42

Iedereen at en werd verzadigd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Johannes 6:11

Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:43

Markus 6:37

Maar hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’