Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Hebreeën 6:10

Want God is niet zo onrechtvaardig dat hij vergeet wat u hebt gedaan, hoeveel liefde u aan zijn naam hebt betoond door sinds jaar en dag steun te verlenen aan de gelovigen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Samuel 19:13

(19:14) En tegen Amasa moet u zeggen: "Bent u niet mijn vlees en bloed? Voortaan zult u mijn opperbevelhebber zijn in plaats van Joab, God is mijn getuige."'
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

1 Thessalonicensen 5:12

Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Mattheüs 10:40

Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

1 Timotheüs 6:6

Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Psalmen 37:3

Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Timotheüs 1:16

Moge de Heer zich ontfermen over de huisgenoten van Onesiforus, want hij heeft mij vaak opgemonterd en zich niet voor mijn gevangenschap geschaamd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Filippensen 4:18

Nu is alles mij vergoed, en heb ik zelfs veel meer ontvangen. Mij ontbreekt niets dankzij de gaven die Epafroditus namens u heeft gebracht; ze zijn een geurig en aangenaam offer, dat God behaagt.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Romeinen 16:2

Ontvang haar in de naam van de Heer, op een wijze die bij de heiligen past. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want ze is velen tot steun geweest, ook mij.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Koningen 8:3

Toen ze na zeven jaar weer in haar eigen land terugkwam, ging ze naar de koning om zijn hulp in te roepen om haar huis en haar grond terug te krijgen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Koningen 3:15

Maar goed, laat een lierspeler komen.' En terwijl de muzikant op de lier speelde, werd Elisa gegrepen door de hand van de HEER
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Koningen 8:1

Elisa had de vrouw van wie hij het kind weer tot leven had gewekt de volgende raad gegeven: 'U moet vertrekken en met uw familie tijdelijk ergens anders gaan wonen, waar u maar terecht kunt, want de HEER laat een hongersnood komen die deze streek zeker zeven jaar in zijn greep zal houden.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Hebreeën 13:5

Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Romeinen 16:6

Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

1 Koningen 2:32

De HEER zal het hem met de dood laten bekopen dat hij twee mannen heeft vermoord die allebei beter en rechtvaardiger waren dan hij. Buiten medeweten van mijn vader David heeft hij hen gedood: Abner, de zoon van Ner, de opperbevelhebber van het leger van Israël, en Amasa, de zoon van Jeter, de opperbevelhebber van het leger van Juda.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Genesis 14:24

Ik vraag alleen een vergoeding voor wat mijn dienaren hebben verbruikt, en het deel van Aner, Eskol en Mamre, die zich bij mij hebben aangesloten; laat hen nemen wat hun toekomt.’
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Koningen 9:5

Toen hij daar aankwam, zaten de bevelhebbers van het leger bij elkaar. 'Kan ik u spreken, overste?' vroeg hij. 'Wie van ons wilt u spreken?' vroeg Jehu. 'U, overste, 'antwoordde hij.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

2 Samuel 19:32

(19:33) Hij was al heel oud, wel tachtig jaar. Hij had de koning tijdens diens verblijf in Machanaïm gastvrij onthaald; hij was een zeer vermogend man.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Lukas 9:3

Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren.
Gerelateerd aan 2 Koningen 4:13

Ruth 1:1

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen.