Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
Jesaja 49:23
Koningen zullen je verzorgen, vorstinnen zullen je zogen. Ze zullen voor je knielen, zich diep vooroverbuigen, en het stof van je voeten likken. Dan zul je erkennen dat ik de HEER ben, die niet beschaamt wie op hem hopen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
2 Koningen 2:24
Elisa keek om, en toen hij de kinderen zag, vervloekte hij ze in de naam van de HEER. Meteen kwamen er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden.
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
2 Koningen 2:21
en Elisa ging naar de bron en strooide daar zout in terwijl hij zei: 'Dit zegt de HEER: Hierbij zuiver ik dit water. Het zal geen sterfgevallen of misgeboorten meer veroorzaken.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
2 Koningen 5:8
Toen de godsman Elisa hoorde dat de koning van Israël zijn kleren had gescheurd, liet hij hem vragen: 'Waarom hebt u uw kleren gescheurd? Laat die man bij mij komen, dan zal hij merken dat er in Israël een echte profeet woont.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
1 Samuel 3:19
Samuël groeide op. De HEER stond hem bij en bracht alles in vervulling wat hij had voorzegd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
2 Koningen 5:15
Toen keerde hij met zijn hele gevolg naar Elisa terug, maakte bij de godsman zijn opwachting en zei: 'Ik wist wel dat er behalve in Israël in de hele wereld geen God is. Alstublieft, neemt u een geschenk van uw dienaar aan.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
2 Koningen 2:14
Hij sloeg met Elia's mantel op het water en riep uit: 'Waar is de HEER, de God van Elia?' Dus ook hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts weg, zodat Elisa kon oversteken.
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
Jesaja 60:14
Met gebogen hoofd zullen ze komen, de zonen van je onderdrukkers, en iedereen die jou verachtte zal zich aan je voeten neerwerpen. Ze noemen je ‘Stad van de HEER‘, ‘Sion van de Heilige van Israël’.
Gerelateerd aan 2 Koningen 3:12
Openbaring 3:9
Ik zal mensen laten komen die bij Satan horen, leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat ik u heb liefgehad.