SV
3En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.
4Hij nam de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israels tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar Nehustan.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637