Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

2 Kronieken 23:5

de tweede bij het koninklijk paleis en de derde in de Fundamentpoort. Het volk moet zich opstellen op de tempelhoven.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Jeremia 17:25

dan zullen Davids troonopvolgers door de poorten van deze stad naar binnen gaan, gezeten op paarden of rijdend op wagens en vergezeld van hun raadsheren en de inwoners van Juda en Jeruzalem. Dan zal deze stad altijd bewoond blijven.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Jeremia 22:4

Nemen jullie dit alles in acht, dan zullen Davids troonopvolgers door de poorten van dit paleis gaan, gezeten op paarden of rijdend op wagens, vergezeld van hun hovelingen en hun volk.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

2 Kronieken 23:19

Ook stelde hij poortwachters aan die erop moesten toezien dat niemand die in enig opzicht onrein was de tempel van de HEER betrad.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Mattheüs 19:28

Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

1 Koningen 1:13

Ga naar koning David en zeg hem: "Hebt u, mijn heer en koning, mij niet zelf gezworen dat mijn zoon Salomo na u koning zou zijn, en dat hij op uw troon zou zitten? Waarom is Adonia dan koning geworden?"
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Mattheüs 25:31

Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

2 Koningen 11:4

In het zevende regeringsjaar van Atalja riep Jojada, die toen hogepriester was, de bevelhebbers van de Kariërs en van de koninklijke garde bij zich in de tempel van de HEER. Daar sloot hij een verbond met hen en liet hij hen trouw zweren. Vervolgens stelde hij de koningszoon aan hen voor.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

1 Kronieken 29:23

Zo besteeg Salomo de troon van de HEER en volgde hij zijn vader David als koning op. Hij ondervond geen tegenstand en heel Israël accepteerde hem.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:19

Jeremia 22:30

Dit zegt de HEER: Stel deze man als kinderloos te boek, schrijf dat zijn leven mislukt is, want geen van zijn nakomelingen zal ooit op Davids troon zitten en over Juda regeren.