Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

1 Koningen 16:28

Toen Omri bij zijn voorouders te ruste ging, werd hij begraven in Samaria. Zijn zoon Achab volgde hem op.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

Richteren 8:30

Hij verwekte zeventig zonen, want hij had vele vrouwen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

1 Koningen 13:32

want wat hij in opdracht van de HEER over het altaar in Betel voorzegd heeft, zal uitkomen, en ook wat hij heeft voorzegd over alle tempels op de offerplaatsen in de steden van Samaria.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

Richteren 10:4

Hij had dertig zonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden en aan het hoofd van een nederzetting stonden. Tot op de dag van vandaag worden deze dorpen in Gilead de Dorpen van Jaïr genoemd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

1 Koningen 21:8

Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot woonde.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

2 Koningen 5:3

Zij zei tegen haar meesteres: 'Ach, kon mijn meester maar eens naar de profeet in Samaria gaan, die zou hem wel genezen.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

2 Kronieken 22:9

en ging daarna op zoek naar Achazja zelf. Deze hield zich schuil in Samaria, maar werd gevangengenomen en aan Jehu voorgeleid. Hij werd ter dood gebracht, maar wel begraven, 'want, 'zeiden ze, 'hij is een kleinzoon van Josafat, die de HEER met heel zijn hart was toegedaan.' Geen van Achazja's nakomelingen was in staat hem op te volgen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

Deuteronomium 16:18

Stel in alle steden die de HEER, uw God, u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers aan, die zorg moeten dragen voor een zuivere rechtspraak.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

1 Koningen 16:24

kocht hij van een zekere Semer voor twee talent zilver een berg. Hij liet er huizen op bouwen en noemde de stad die hij liet bouwen Samaria, naar Semer, de vorige bezitter van de berg.
Gerelateerd aan 2 Koningen 10:1

Richteren 12:14

Hij had veertig zonen en dertig kleinzonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden. Acht jaar leidde hij Israël.