Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Johannes 17:13
Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
3 Johannes 1:13
Er is nog veel dat ik zou willen zeggen, maar dat wil ik niet doen met pen en inkt.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Johannes 16:24
Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Johannes 15:11
Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
1 Johannes 1:4
We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
1 Korinthe 16:5
Ik kom naar u toe zodra ik Macedonië achter me gelaten heb (ik ben namelijk van plan via Macedonië te reizen).
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Hebreeën 13:19
maar toch vraag ik dringender dan ooit om uw gebed, zodat ik des te eerder bij u zal worden teruggebracht.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Johannes 16:12
Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Hebreeën 13:23
Wist u dat onze broeder Timoteüs is vrijgelaten? Als hij snel genoeg komt, zullen wij u samen kunnen bezoeken.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
2 Timotheüs 1:4
Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je terug te zien; dat zal me met vreugde vervullen.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Filemon 1:22
Ten slotte: maak voor mij een kamer in orde, want ik heb goede hoop dat ik dankzij de gebeden van u allen aan u teruggegeven word.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Romeinen 15:24
hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb.
Gerelateerd aan 2 Johannes 1:12
Numeri 12:8
met hem spreek ik rechtstreeks, duidelijk, niet in raadsels, en hij aanschouwt mijn gestalte. Hoe durven jullie dan aanmerkingen op mijn dienaar Mozes te maken?'