Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24-30

Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

2 Samuel 15:30

David ging de helling van de Olijfberg op. Jammerend klom hij naar boven, zijn hoofd bedekt en barrevoets. Allen die met hem meegingen, hadden hun hoofd bedekt en klommen jammerend naar boven.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

Hebreeën 13:3

Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

2 Samuel 16:3

De koning vroeg: 'En waar is de kleinzoon van uw meester Saul?' Siba antwoordde: 'Die is in Jeruzalem gebleven omdat, zoals hij zei, het volk van Israël hem vandaag het koningschap van zijn grootvader teruggeeft.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

Romeinen 12:15

Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

Mattheüs 6:16

Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

Jeremia 41:5

kwamen er tachtig mannen uit Sichem, Silo en Samaria met afgeschoren baard en gescheurde kleren. Ze hadden hun lichaam gekerfd en hadden graan en wierook bij zich om in de tempel van de HEER te offeren.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

2 Samuel 9:6

Toen hij bij David kwam, liet hij zich op zijn knieën vallen en boog diep voorover. 'Mefiboset?' vroeg David, en hij antwoordde: 'Ik ben uw dienaar, heer.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:24

Jesaja 15:2

Dibon trekt op naar de tempel en heft op de offerhoogten een weeklacht aan,Moab jammert over de Nebo en over Medeba. Ieder hoofd is kaalgeschoren, elke baard is afgeknipt.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:25

2 Samuel 16:17

Absalom vroeg hem: 'Is dat nu vriendentrouw? Had u niet met uw vriend mee moeten gaan?'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:26

2 Samuel 4:4

Er was ook nog een zoon van Sauls zoon Jonatan. Hij was mank. Dat was zo gekomen: Toen hij vijf jaar oud was kwam uit Jizreël het bericht over Saul en Jonatan. Zijn voedster tilde hem op om te vluchten, maar in haar haast om weg te komen liet ze hem vallen, zodat hij kreupel werd. Zijn naam was Mefiboset.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:26

2 Samuel 16:2

'Wat hebt u daar?' vroeg de koning, en Siba zei: 'De ezels zijn voor de koninklijke familie om erop te rijden, het brood en de vruchten zijn voor de soldaten om te eten en de wijn is om te drinken voor wie uitgeput raakt in de woestijn.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:26

2 Samuel 9:3

De koning vroeg hem: 'Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik goed behandelen, zoals God dat voorschrijft.' Siba antwoordde: 'Er is nog een zoon van Jonatan, een kreupele.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

2 Samuel 14:17

Ik zei bij mezelf: De koning zal het verlossende woord spreken. U bent immers als een engel van God, mijn heer en koning, zoals u het voor en tegen van een zaak tegen elkaar afweegt. Moge de HEER, uw God, u ter zijde staan.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

2 Samuel 14:20

Dat heeft hij gedaan om u de zaak op een verhulde manier voor te leggen. U bent werkelijk zo wijs als een engel van God, mijn heer en koning, zoals u alles doorziet.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

2 Samuel 16:3

De koning vroeg: 'En waar is de kleinzoon van uw meester Saul?' Siba antwoordde: 'Die is in Jeruzalem gebleven omdat, zoals hij zei, het volk van Israël hem vandaag het koningschap van zijn grootvader teruggeeft.'
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

1 Samuel 29:9

'Nee, ik weet het, 'antwoordde Achis. 'Ik voor mij vertrouw u alsof u door God zelf gestuurd was, maar onze bevelhebbers zijn er fel op tegen dat u met ons ten strijde trekt.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

Exodus 20:16

Leg over een ander geen vals getuigenis af.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

Jeremia 9:4

De een bedriegt de ander, de waarheid spreken ze niet. Hun tong is afgericht op liegen, ze kunnen niet anders meer.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

Psalmen 15:3

Hij doet aan lasterpraat niet mee, hij benadeelt een ander niet en drijft niet de spot met zijn naaste.
Gerelateerd aan 2 Samuel 19:27

Psalmen 101:5

Wie heimelijk een vriend belastert, leg ik het zwijgen op, een trotse blik, een aanmatigend hart verdraag ik niet.
1
2
Volgende