Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
1 Koningen 10:7
Ik geloofde het niet, maar nu ik hierheen ben gekomen en het met eigen ogen gezien heb, moet ik toegeven dat ik nog niet de helft te horen heb gekregen. Uw wijsheid en welvaart zijn nog veel groter dan wordt gezegd.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
Zacharia 9:17
Wat schitterend! Wat mooi! Jonge mannen en vrouwen bloeien op, gesterkt door wijn en graan.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
Hooglied 5:9
Wat heeft jouw lief meer dan een ander, mooiste van alle vrouwen? Wat heeft jouw lief meer dan een ander, dat je ons dit zo bezweert?
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
Psalmen 31:19
(31:20) Hoe groot is het geluk dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen, dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u, heel de wereld zal het zien.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
2 Kronieken 9:5
Ze zei tegen de koning: 'Het is dus echt waar wat ik in mijn land over u en uw wijsheid heb horen vertellen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
Johannes 20:25
Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
1 Koningen 4:34
(5:14) Uit alle omringende landen kwamen mensen om naar Salomo's wijsheid te luisteren, afgezanten van de koningen die over zijn wijsheid hadden gehoord.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
1 Koningen 4:31
(5:11) Hij was wijzer dan alle andere mensen, wijzer dan de Ezrachiet Etan en wijzer dan Machols zonen Heman, Kalkol en Darda; zijn roem drong door tot alle omringende volken.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
1 Johannes 3:2
Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 9:6
1 Korinthe 2:9
Maar het is zoals geschreven staat: 'Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.'