Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

2 Kronieken 36:14

Ook de leiders van de priesters en het volk verzaakten voortdurend hun plichten, gaven zich over aan de verfoeilijke praktijken van andere volken en bezoedelden de tempel die de HEER in Jeruzalem geheiligd had.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Deuteronomium 28:15

Maar als u de HEER, uw God, niet gehoorzaamt en zijn geboden en wetten, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, niet nauwkeurig naleeft, zullen deze vervloekingen u treffen:
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

2 Koningen 21:12

Daarom-zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal over Jeruzalem en Juda onheil brengen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jeremia 35:17

Daarom-dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal over Juda en de bevolking van Jeruzalem al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ik heb tot hen gesproken, maar zij hebben niet geluisterd; ik heb hen geroepen, maar zij hebben niet geantwoord.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

2 Koningen 23:26

Toch liet de HEER zijn toorn tegen Juda, waarin hij was ontbrand doordat Manasse hem tot het uiterste had getergd, niet varen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jesaja 5:4

Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jeremia 19:15

‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik breng over deze stad en de omliggende steden al het onheil dat ik aangekondigd heb, want de inwoners weigeren hardnekkig naar mijn waarschuwingen te luisteren.’
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jeremia 6:19

Aarde, luister, ik breng onheil over dat volk. Dat is de vrucht van hun bedenksels, omdat zij niet naar mijn woorden hebben geluisterd, mijn wet hebben verworpen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jeremia 19:3

Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 34:24

Jeremia 36:31

Ik zal hem, zijn kinderen en zijn hovelingen voor hun wandaden laten boeten. Ik zal over hen, de bevolking van Jeruzalem en die van Juda al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ze hebben niet willen luisteren.’