Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Kronieken 29:7
Ze hebben zelfs de deuren van de voorhal afgesloten en de lampen gedoofd, zodat er geen reukoffers of brandoffers meer konden worden gebracht in het heiligdom van de God van Israël.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Kronieken 30:14
Eerst verwijderden ze de altaren die in Jeruzalem stonden, ook alle reukofferaltaren, en gooiden die in de bedding van de Kidron.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Koningen 16:17
Verder liet koning Achaz de spoelbekkens van hun onderstellen halen en de panelen van de onderstellen slopen. Het grote bekken, de Zee, liet hij verwijderen van de bronzen runderen waarop het rustte, en op een stenen fundering zetten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Kronieken 33:3
Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Jechizkia had laten slopen, richtte nieuwe altaren op voor de Baäls en maakte nieuwe Asjerapalen. Hij aanbad de hemellichamen en diende die.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Kronieken 29:3
Al in de eerste maand van het eerste jaar van zijn regering heropende hij de tempel van de HEER en liet hij de deuren herstellen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
Jeremia 2:28
Waar zijn dan je goden, die jullie zelf gemaakt hebben? Die moeten je maar redden uit je nood. Je hebt toch, Juda, evenveel goden als steden?
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
Handelingen 17:16
Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte hij hevig verontwaardigd bij het zien van de vele godenbeelden in de stad.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
2 Koningen 25:13
De bronzen zuilen bij de tempel van de HEER, de verrijdbare onderstellen van de spoelbekkens en het grote bronzen bekken, de Zee, werden door de Chaldeeën uit elkaar gehaald; het brons namen ze mee naar Babel.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
Hosea 12:11
(12:12) Was Gilead al misdadig, Efraïm is nog dieper gevallen: al die stierenoffers in Gilgal! En al die altaren, als steenhopen aan de rand van een geploegde akker!
Gerelateerd aan 2 Kronieken 28:24
Handelingen 17:23
Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen.