Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
2 Kronieken 21:16
De HEER zette de Filistijnen en de Arabische stammen die in de buurt van de Nubiërs woonden tegen Joram op.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
1 Kronieken 5:20
Daar de Israëlieten in hun strijd geholpen werden, vielen de Hagrieten en hun bondgenoten hun in handen. Tijdens de gevechten riepen ze God aan, en omdat ze hun vertrouwen in hem stelden, stond hij hen bij.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
Psalmen 18:34
(18:35) oefent mijn handen voor de strijd-mijn armen spannen de bronzen boog.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
2 Kronieken 20:1
Enige tijd later trokken de Moabieten en de Ammonieten, samen met een deel van de Meünieten, tegen Josafat ten strijde.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
Handelingen 26:22
Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
Psalmen 18:29
(18:30) met u storm ik af op een legerbende, met mijn God beklim ik de hoogste muur.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
2 Kronieken 14:11
(14:10) Hij riep de HEER, zijn God, aan met de woorden: 'HEER, er is niemand die hulp biedt zoals u wanneer de machteloze het moet opnemen tegen een overmacht. Help ons, HEER, onze God, want in u hebben we ons vertrouwen gesteld en in uw naam zijn we tegen deze overmacht in het geweer gekomen. HEER, onze God, sta niet toe dat een mens zich met u meet.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
2 Kronieken 17:11
Een aantal Filistijnen droeg een last zilver aan hem af en de Arabieren brachten hem vee: zevenenzeventighonderd rammen en zevenenzeventighonderd bokken.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
Jesaja 14:29
‘Juich niet te vroeg, Filistijnen, nu de stok die jullie sloeg is gebroken. Want de slang baart een adder en die brengt een vliegensvlugge cobra voort.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 26:7
1 Kronieken 12:18
(12:19) Toen nam een geest bezit van Amasai, de aanvoerder van de dertig helden, en hij zei: 'Voor u zijn wij gekomen, David! Wij steunen de zoon van Isaï! Vrede zij met u, en met hen die u steunen, want uw God steunt u.' Daarop nam David hen in zijn bende op en benoemde hij hen tot bevelhebbers.