Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
2 Kronieken 20:6
en zei: 'HEER, God van onze voorouders, u bent God in de hemel en u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
2 Kronieken 14:11
(14:10) Hij riep de HEER, zijn God, aan met de woorden: 'HEER, er is niemand die hulp biedt zoals u wanneer de machteloze het moet opnemen tegen een overmacht. Help ons, HEER, onze God, want in u hebben we ons vertrouwen gesteld en in uw naam zijn we tegen deze overmacht in het geweer gekomen. HEER, onze God, sta niet toe dat een mens zich met u meet.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Filippensen 4:19
Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Prediker 11:9
Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
1 Samuel 14:6
Jonatan zei tegen zijn wapendrager: 'Laten we oversteken naar de wachtpost van die onbesnedenen. Misschien is de HEER op onze hand. Hij kan immers evengoed met weinigen voor een overwinning zorgen als met velen.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Haggaï 2:8
Het zilver is voor mij en het goud is voor mij-spreekt de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Psalmen 62:11
(62:12) Eenmaal heeft God gesproken, tweemaal heb ik het gehoord: 'De macht is aan God.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Jesaja 8:9
Roep op tot de strijd, volken, beef van angst. Luister, volken van de verste hoeken van de aarde. Gord je wapens aan en beef van angst, ja, gord je wapens aan en beef van angst.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
2 Kronieken 18:14
Hij ging naar de koning toe, die hem vroeg: 'Micha, zullen wij tegen Ramot in Gilead ten strijde trekken, of kan ik er beter van afzien?' 'Trek op, 'antwoordde Micha. 'Uw veldtocht zal slagen en de stad zal u beiden in handen vallen.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Richteren 7:7
'Met die driehonderd man die het water met hun tong oplikten, zal ik jullie bevrijden, 'zei de HEER tegen Gideon. 'Door hun toedoen zal ik Midjan aan je uitleveren. De rest van het leger kan naar huis terugkeren.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Prediker 9:11
Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Job 5:18
Want hij verwondt en hij verbindt, hij slaat en zijn handen genezen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Job 9:13
God houdt zijn woede niet in toom; zelfs Rahabs helpers moeten voor hem buigen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Lukas 18:29
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Psalmen 33:16
Koningen winnen niet door een machtig leger, brute kracht redt krijgsheren niet.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Deuteronomium 8:18
Nee, u moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven, omdat hij zich wil houden aan wat hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, zoals hij dat tot nu toe heeft gedaan.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Psalmen 24:1
Van David, een psalm. Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Spreuken 10:22
Alleen de zegen van de HEER maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Psalmen 33:10
De HEER doet de plannen van volken teniet, hij verijdelt wat naties beramen,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 25:8
Mattheüs 26:45
Daarna voegde hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? En dat terwijl het ogenblik nabij is waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars.
1
2