Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 19:2

De ziener Jehu, de zoon van Chanani, ging de koning tegemoet en zei tegen hem: 'U vond het nodig degenen die de HEER afwijzen te helpen en degenen die hem haten lief te hebben. Daarom hebt u de toorn van de HEER over u afgeroepen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Jozua 22:20

Heeft Achan, de nakomeling van Zerach, zich soms niet vergrepen aan goederen waarop de ban van de HEER rustte? Trof de woede van de HEER toen niet het hele volk? Achan was niet de enige die om die misdaad stierf.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 24:4

Na verloop van tijd vatte Joas het plan op om de tempel van de HEER te herstellen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 28:13

en zeiden: 'Breng de gevangenen niet hierheen. Wanneer u doet wat u van plan bent, belaadt u ons met schuld tegenover de HEER. U zou onze zonden en schulden nog vermeerderen, terwijl onze schuld nu al zo groot is dat wij de toorn van de HEER hebben opgewekt.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 29:8

Daarom heeft de toorn van de HEER Juda en Jeruzalem getroffen. Hij heeft ze tot afschrikwekkend voorbeeld gemaakt, en tot voorwerp van ontzetting en spot, zoals u uit eigen ondervinding weet.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 32:25

Jechizkia was echter zo hoogmoedig geworden dat hij zich niet dankbaar toonde voor de weldaad die hem was bewezen. Zo riep hij Gods toorn over zich af, en ook over heel Juda en Jeruzalem.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

1 Koningen 14:23

Op alle hoge heuvels en onder elke bladerrijke boom bouwden ook zij offerplaatsen, richtten ze gewijde stenen op of plaatsten ze Asjerapalen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Efeze 5:6

Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Exodus 34:13

Breek hun altaren af, verbrijzel hun gewijde stenen en hak hun Asjerapalen om,
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Hosea 5:14

Want ik ben het die Efraïm aanvalt als een leeuw, als een sterke leeuw keer ik mij tegen het volk van Juda: ikzelf zal hen verscheuren, ik zal hen wegslepen, en niemand die hen redden kan.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Samuel 24:1

Opnieuw ontstak de HEER in toorn tegen Israël. Hij zette David tegen het volk op met de woorden: 'Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.'
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

1 Koningen 11:4

op zijn oude dag verleidden zij hem ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de HEER, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David dat was geweest.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 36:14

Ook de leiders van de priesters en het volk verzaakten voortdurend hun plichten, gaven zich over aan de verfoeilijke praktijken van andere volken en bezoedelden de tempel die de HEER in Jeruzalem geheiligd had.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 33:3

Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Jechizkia had laten slopen, richtte nieuwe altaren op voor de Baäls en maakte nieuwe Asjerapalen. Hij aanbad de hemellichamen en diende die.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Zefanja 1:4

Ik zal mijn hand naar Juda en de inwoners van Jeruzalem uitstrekken. Daar zal ik de Baäls, de afgodendienaars en de priesters vernietigen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Hosea 5:10

Nu al stillen de Judese bevelhebbers hun landhonger. Maar ik stort mijn woede als een vloed over hen uit.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

2 Kronieken 21:13

heb je het voorbeeld gevolgd van de koningen van Israël. Je hebt Juda en Jeruzalem tot ontrouw verleid zoals het koningshuis van Achab Israël verleid heeft, en bovendien heb je je broers vermoord, zonen van je eigen vader, die beter waren dan jij.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

1 Koningen 14:9

Jij hebt je nog slechter gedragen dan al je voorgangers: je hebt me getergd door je in te laten met andere goden en godenbeelden te maken, en mij heb je verworpen.
Gerelateerd aan 2 Kronieken 24:18

Richteren 5:8

Verkoos men andere goden, dan stond de vijand voor de poorten; ons leger telde veertigduizend man, maar van schild of speer geen spoor.