Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
1 Koningen 19:15
De HEER zei tegen Elia: 'Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus. Daar aangekomen moet je Hazaël tot koning van Aram zalven.
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
2 Koningen 1:2
Achazja was uit het venster gevallen van een vertrek op de bovenverdieping van zijn paleis in Samaria, en zwaargewond geraakt. Hij stuurde boden uit met de opdracht Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen. 'Vraag hem of ik mijn val zal overleven.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
1 Samuel 9:7
'Als we dat doen, 'vroeg Saul, 'wat kunnen we die man dan geven? Onze mondvoorraad is op, dus we kunnen hem niets te eten aanbieden. En verder hebben we toch niets bij ons?'
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
Handelingen 16:30
Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
1 Koningen 14:1
In die tijd werd Jerobeams zoon Abia ziek.
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
2 Koningen 1:6
Ze antwoordden: 'We kwamen onderweg iemand tegen die zei: "Ga terug naar de koning die u gestuurd heeft en zeg hem: 'Dit zegt de HEER: Jij laat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, alsof Israël zelf geen God heeft. Daarom zul je niet meer van je ziekbed opstaan, maar sterven.'"'
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
1 Koningen 19:17
Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal gedood worden door Jehu. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal gedood worden door Elisa.
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
2 Koningen 3:11
Maar Josafat vroeg: 'Is er hier geen profeet van de HEER, die voor ons de HEER kan raadplegen?' Een van de dienaren van de koning van Israël zei dat Elisa, de zoon van Safat, bij hen was, die altijd water uitgoot over de handen van Elia.
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
2 Koningen 5:5
Daarop zei de koning van Aram: 'Ga erheen. Ik zal u een brief meegeven voor de koning van Israël.' Naäman ging op weg, met tien talent zilver bij zich, zesduizend sjekel goud en tien stel kleren.
Gerelateerd aan 2 Koningen 8:8
Lukas 13:23
Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: