Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

2 Koningen 5:22

'Ja, 'antwoordde Gechazi. 'Alleen, mijn meester laat zeggen dat er zojuist twee jongemannen uit het bergland van Efraïm zijn aangekomen, leerlingen van de profetengemeenschap, en hij verzoekt u hun een talent zilver en twee stel kleren te geven.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Mattheüs 26:21

Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Genesis 3:8

Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

2 Koningen 20:14

De profeet Jesaja ging naar koning Hizkia toe en vroeg hem: 'Wat hebben deze mannen tegen u gezegd? Waar kwamen ze vandaan?' 'Uit een ver land, 'antwoordde Hizkia, 'uit Babylonië.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Genesis 4:9

Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet, ‘antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Handelingen 5:3

Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden?
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Johannes 13:2

Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Johannes 13:26

‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Spreuken 30:20

Ziehier de houding van een overspelige vrouw: ze doet alsof ze eet en haar mond afveegt, en ze zegt: 'Ik heb niets verkeerds gedaan.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Mattheüs 26:15

en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken.
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Genesis 16:8

‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres, ‘antwoordde ze.
Gerelateerd aan 2 Koningen 5:25

Ezechiel 33:31

Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel.