Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27-30
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
Jeremia 52:31
In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda, op de vijfentwintigste dag van de twaalfde maand, verleende koning Ewil-Merodach van Babylonië hem gratie ter gelegenheid van zijn troonsbestijging en ontsloeg hij hem uit de gevangenis.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
Genesis 40:20
Drie dagen daarna gaf de farao een groot feest voor al zijn dienaren, ter gelegenheid van zijn verjaardag. Zowel de schenker als de bakker gaf hij in het bijzijn van zijn dienaren een hoge plaats:
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
Genesis 40:13
Over drie dagen zal de farao u een hoge plaats geven en u in uw ambt herstellen, en dan zult u de farao zijn beker weer aanreiken, zoals voorheen, toen u zijn schenker was.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
2 Koningen 24:12
gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
2 Koningen 24:15
Koning Jojachin werd als balling meegevoerd naar Babel, samen met zijn moeder, zijn vrouwen, zijn kamerheren en de notabelen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
Jeremia 24:5
‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: De goede vijgen staan voor de Judese ballingen die ik van hier naar Babylonië heb gestuurd.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:27
Spreuken 21:1
De gedachten van de koning zijn als waterstromen in de macht van de HEER, hij leidt ze waarheen hij maar wil.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:28
Daniel 2:37
U, majesteit, koning der koningen, aan wie de God van de hemel het koningschap, en macht, kracht en eer heeft verleend,
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:28
Daniel 5:18
Majesteit-God, de Hoogste, heeft uw vader Nebukadnessar koninklijke macht, aanzien, eer en majesteit geschonken,
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:28
Jeremia 27:6
Ik heb jullie landen nu allemaal in handen gegeven van mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië; zelfs de wilde dieren heb ik aan hem onderworpen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
2 Samuel 9:7
Daarop zei David tegen hem: 'Wees niet bang, ik verzeker u dat ik u goed zal behandelen, dat ben ik aan uw vader Jonatan verplicht. Ik zal u het land van uw grootvader Saul teruggeven, en voortaan bent u aan mijn tafel te gast.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Esther 4:4
Esters dienaressen en de eunuchen die haar dienden, brachten Ester op de hoogte. De koningin was hevig geschokt en liet Mordechai kleren brengen, opdat hij die zou dragen in plaats van zijn rouwkleed. Maar hij wilde ze niet aannemen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Jesaja 61:3
om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid. Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’, geplant door de HEER als teken van zijn luister.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Genesis 41:42
en hij deed zijn zegelring af, schoof die aan Jozefs vinger, gaf hem kleren van fijn linnen en hing hem een gouden keten om de hals.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Lukas 15:22
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Zacharia 3:4
Deze zei tegen degenen die voor hem stonden: 'Trek hem die vuile kleren uit.' En tegen Jozua zei hij: 'Hierbij reinig ik je van alle schuld en kleed ik je in een feestelijk gewaad.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Genesis 41:14
Hierop gaf de farao bevel om Jozef bij hem te brengen. Onmiddellijk werd hij uit de kerker gehaald, hij werd geschoren en kreeg schone kleren aan. Toen hij voor de farao verscheen,
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
Esther 8:15
Mordechai verliet de koning in een koninklijk gewaad van fijn linnen, blauwpurper en wit van kleur, en hij droeg een grote gouden kroon en een roodpurperen mantel van byssus. De stad Susa juichte en was opgetogen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:29
2 Koningen 24:12
gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Gerelateerd aan 2 Koningen 25:30
Nehemia 12:47
In de tijd van Zerubbabel en Nehemia gaven de Israëlieten aan de zangers en de poortwachters wat zij dagelijks nodig hadden, en ze schonken heilige gaven aan de Levieten, waarin ook de nakomelingen van Aäron deelden.
1
2