Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
2 Koningen 13:25
Joas, de zoon van Joachaz, heroverde op Benhadad, de zoon van Hazaël, de steden die de vader van Benhadad in de oorlog op Joachaz veroverd had. Driemaal bracht hij hem een nederlaag toe en hij heroverde de steden voor Israël.
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
2 Koningen 4:16
en Elisa zei tegen haar: 'Vandaag over een jaar zult u een zoon in uw armen houden.' 'Nee, waarde godsman, 'antwoordde ze, 'spiegelt u me toch niets voor.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Markus 6:5
Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas.
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Leviticus 10:16
Toen ging Mozes overal navraag doen naar de bok die als reinigingsoffer was aangeboden, maar die bleek te zijn verbrand. Boos vroeg Mozes aan Eleazar en Itamar, de overgebleven zonen van Aäron:
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
2 Koningen 1:9
Achazja stuurde een bevelhebber met vijftig mannen naar Elia toe. Ze troffen Elia aan op de top van een berg. De bevelhebber zei: 'Godsman, de koning beveelt u naar beneden te komen.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Numeri 16:15
Toen werd Mozes woedend. 'Schenk geen aandacht aan hun offer, 'zei hij tegen de HEER. 'Niemand van hen heb ik ook maar een ezel afgenomen, niemand van hen heb ik kwaad gedaan.'
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
2 Koningen 6:9
liet de godsman Elisa de koning van Israël waarschuwen dat hij uit die buurt moest wegblijven omdat de Arameeërs daar een aanval beraamden.
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Markus 3:5
Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
2 Koningen 4:40
Het gerecht werd rondgediend, en zodra ze ervan proefden schreeuwden ze uit: 'Godsman, de dood zit in de pot!' Ze konden geen hap door hun keel krijgen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 13:19
Markus 10:14
Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.