Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
2 Kronieken 22:10
Toen Atalja, de moeder van Achazja, hoorde dat haar zoon dood was, besloot ze alle kinderen van de koninklijke familie van Juda ter dood te brengen.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
2 Koningen 9:27
Koning Achazja van Juda, die zag wat er gebeurde, vluchtte in de richting van Bet-Haggan. Maar Jehu zette de achtervolging in en riep: 'Dood ook hem!' Achazja werd getroffen terwijl hij in zijn wagen de pas van Gur bij Jibleam opreed. Hij wist te ontkomen naar Megiddo, en daar is hij gestorven.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
Jeremia 41:1
In de zevende maand kwam Jismaël, de zoon van Netanja, de zoon van Elisama, een hoge ambtenaar die tot de koninklijke familie behoorde, samen met tien mannen naar Mispa en bezocht Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan. Terwijl ze een maaltijd hielden,
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
Mattheüs 2:13
Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
Mattheüs 21:38
Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,”
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
2 Kronieken 24:7
Temeer daar de aanhangers van Atalja, de verdorvenheid in eigen persoon, in de tempel van God hebben ingebroken en zelfs de wijgeschenken uit de tempel voor de Baäls hebben gebruikt!'
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
2 Koningen 25:25
Maar in de zevende maand van dat jaar kwam Jismaël, de zoon van Netanja, de zoon van Elisama, die tot de koninklijke familie behoorde, met tien mannen naar Mispa. Ze doodden Gedalja en de Judeeërs en Chaldeeën die bij hem waren.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
2 Koningen 8:26
Hij was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd. Eén jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Atalja, de dochter van koning Omri van Israël.
Gerelateerd aan 2 Koningen 11:1
Mattheüs 2:16
Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen.