Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Efeze 4:30
Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Handelingen 7:51
Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
1 Timotheüs 4:14
Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Jesaja 63:10
Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige geest gekrenkt. Daarom werd hij hun tot vijand en bond hij de strijd met hen aan.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
2 Timotheüs 1:6
Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Psalmen 51:11
(51:13) verban mij niet uit uw nabijheid, neem uw heilige geest niet van mij weg.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Hooglied 8:7
Zeeën kunnen haar niet doven, rivieren spoelen haar niet weg. Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen, dan werd hij smadelijk veracht.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Genesis 6:3
Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
1 Korinthe 14:30
Wanneer aan iemand die nog op zijn plaats zit iets geopenbaard wordt, moet degene die op dat moment spreekt verder zwijgen.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Nehemia 9:30
U had vele jaren geduld met hen, u waarschuwde hen door uw geest, bij monde van uw profeten, maar zij luisterden niet, en daarom leverde u hen uit aan de volken om hen heen.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
Efeze 6:16
en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.
Gerelateerd aan 1 Thessalonicensen 5:19
1 Samuel 16:4
Samuël deed wat de HEER had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: 'Uw komst is toch geen slecht teken?'