Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Kronieken 8:33
Ner verwekte Kis, Kis verwekte Saul, Saul verwekte Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 14:49
De zonen van Saul waren Jonatan, Jiswi en Malkisua. Hij had ook twee dochters; de oudste heette Merab en de jongste Michal.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 18:1
Jonatan, die bij dit gesprek aanwezig was, voelde zich meteen sterk tot David aangetrokken en vatte een innige vriendschap voor hem op.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 13:2
Saul had drieduizend Israëlieten uitgekozen. Tweeduizend waren met hem gelegerd bij Michmas en het gebergte van Betel; duizend lagen er met Jonatan bij Gibea in Benjamin. De rest van het volk werd teruggestuurd naar huis.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Kronieken 9:39
Ner verwekte Kis, Kis verwekte Saul, Saul verwekte Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 14:22
En toen de Israëlieten die zich in het bergland van Efraïm schuilhielden hoorden dat de Filistijnen op de vlucht sloegen, zetten ook zij de achtervolging in en bleven hen op de hielen zitten.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 23:17
'Je hoeft niet bang te zijn, 'zei hij, 'mijn vader Saul zal je niet te pakken krijgen. Jij zult koning van Israël worden en ik zal je tweede man zijn. En dat weet mijn vader zelf ook.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
2 Samuel 1:6
'Ik was heel toevallig op de Gilboa, 'antwoordde hij. 'En daar stond Saul, leunend op zijn speer; de strijdwagens en ruiters hadden hem al bijna te pakken.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 13:16
Saul en zijn zoon Jonatan waren met hun troepen gelegerd bij Gibea in Benjamin; de Filistijnen hadden hun kamp opgeslagen bij Michmas.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
1 Samuel 14:1
Op zekere dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tegen zijn wapendrager: 'Laten we oversteken naar de Filistijnse wachtpost daar aan de overkant.' Maar hij vertelde niet aan zijn vader wat hij van plan was.
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
Exodus 20:5
Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan 1 Samuel 31:2
2 Koningen 25:7
Eerst werden zijn zonen voor zijn ogen afgeslacht en toen werden hem de ogen uitgestoken. Daarna werd hij naar Babel afgevoerd, geboeid met bronzen ketenen.