SV
30En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het reukwerk der specerijen.
31En Mattithja uit de Levieten, dewelke was de eerstgeborene van Sallum, den Korahiet, was in het ambt over het werk, dat in pannen gekookt wordt.
32En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637