Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

1 Kronieken 21:14

De HEER liet in Israël de pest uitbreken. Zeventigduizend Israëlieten vonden de dood.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

Jozua 7:5

dat hen achtervolgde vanaf de poort tot op de helling even voorbij het ravijn. Daar doodde het zesendertig man. Toen sloeg de angst het volk om het hart en het werd radeloos.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

1 Koningen 15:5

David had immers steeds gedaan wat goed is in de ogen van de HEER en zich altijd gehouden aan wat God hem opdroeg, behalve in de kwestie met de Hethiet Uria.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

Jozua 7:1

Maar Israël schond de ban. Er was een zekere Achan: hij was een zoon van Karmi, die een zoon was van Zabdi, de zoon van Zerach, en hij was afkomstig uit de stam Juda. Deze Achan vergreep zich aan de goederen die onvoorwaardelijk aan de HEER gewijd waren. Hierop ontstak de HEER in woede tegen het volk van Israël.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

2 Samuel 24:1

Opnieuw ontstak de HEER in toorn tegen Israël. Hij zette David tegen het volk op met de woorden: 'Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

Jozua 22:16

'Wij spreken namens het volk van de HEER. De volksvergadering wil weten waarom u de God van Israël ontrouw bent geworden door dat altaar te bouwen. Vanwaar deze ontrouw waarmee u zich van de HEER hebt afgekeerd en tegen hem in opstand bent gekomen?
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

2 Samuel 11:27

Toen de rouwtijd voorbij was, nam David haar bij zich aan het hof. Zij werd zijn vrouw en baarde hem een zoon. Naar het oordeel van de HEER was het wel degelijk slecht wat David had gedaan.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

2 Samuel 21:1

Tijdens de regering van David heerste er eens drie jaar achtereen hongersnood. David wendde zich tot de HEER, en de HEER antwoordde: 'Het komt door Saul en zijn moordenaarsbende, omdat hij de Gibeonieten heeft gedood.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 21:7

Jozua 7:13

Zorg ervoor dat het volk zich reinigt. Geef het volgende bevel: "Wees morgen rein, want dit zegt de HEER, de God van Israël: jullie hebben goederen in je bezit waarop mijn ban rust, Israëlieten. Jullie zullen niet kunnen standhouden tegen je vijanden totdat jullie die hebben weggedaan.