Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
1 Samuel 30:26
Terug in Siklag stuurde David een deel van de buit aan de oudsten van Juda, zijn vrienden. 'Hier is voor u een geschenk uit de buit die wij op de vijanden van de HEER veroverd hebben, 'luidde de boodschap.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Deuteronomium 23:3
(23:4) Hetzelfde geldt voor Ammonieten en Moabieten: nooit ofte nimmer zullen ze tot de dienst van de HEER worden toegelaten,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Genesis 19:37
De oudste bracht een zoon ter wereld die ze Moab noemde. Hij werd de stamvader van de huidige Moabieten.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Nehemia 4:7
(4:1) Toen Sanballat en Tobia, en de Arabieren, de Ammonieten en de Asdodieten hoorden dat het herstel van de muren van Jeruzalem vorderde en dat de gaten langzaam maar zeker werden gedicht, werden ze woedend.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
2 Koningen 4:13
zei Elisa tegen Gechazi: 'Vraag haar wat we voor haar kunnen doen in ruil voor alle moeite die zij zich voor ons getroost heeft. Kunnen we voor haar bij de koning pleiten, of bij de bevelhebber van het leger?' Maar de vrouw antwoordde: 'Ik leef te midden van mijn eigen volk.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
2 Samuel 9:1
David vroeg: 'Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik dan goed behandelen, dat ben ik aan Jonatan verplicht.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Esther 6:3
'Welk eerbewijs of welke onderscheiding is daarvoor aan Mordechai gegeven?' vroeg de koning. 'Er is hem niets gegeven, 'antwoordden zijn kamerdienaars.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Nehemia 13:1
In die tijd las men het volk voor uit het boek van Mozes. Daarin bleek te zijn opgetekend dat Ammonieten en Moabieten nooit ofte nimmer tot Gods gemeenschap mogen worden toegelaten,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Nehemia 4:3
(3:35) En Tobia uit Ammon, die naast hem stond, zei: 'Hoe ze ook hun best doen bij het bouwen, er hoeft maar een vos op die stenen muur van hen te klimmen of hij stort al in.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
2 Samuel 9:7
Daarop zei David tegen hem: 'Wees niet bang, ik verzeker u dat ik u goed zal behandelen, dat ben ik aan uw vader Jonatan verplicht. Ik zal u het land van uw grootvader Saul teruggeven, en voortaan bent u aan mijn tafel te gast.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 19:2
Prediker 9:15
Er woonde daar een man van lage afkomst, die wijs was en met zijn wijsheid de stad had kunnen redden. Maar niemand schonk aandacht aan die onbeduidende persoon.