Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Numeri 13:22

Ze trokken door de Negev en kwamen daarna in de buurt van Hebron, waar de Enakieten Achiman, Sesai en Talmai woonden. (Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dan Soan in Egypte.)
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

1 Koningen 2:11

Veertig jaar lang was hij koning van Israël geweest: zeven jaar in Hebron en drieëndertig jaar in Jeruzalem.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

2 Samuel 19:12

(19:13) U bent mijn broeders, mijn vlees en bloed; waarom zou u de laatsten zijn om de koning terug te halen?"
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

2 Samuel 2:1

Enige tijd later wendde David zich tot de HEER en vroeg: 'Zal ik naar Juda gaan?' 'Goed, 'antwoordde de HEER. 'Naar welke stad zal ik gaan?' vroeg David, en de HEER antwoordde: 'Naar Hebron.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Efeze 5:30

want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Deuteronomium 17:15

Dat is geoorloofd: u mag uit uw midden iemand die door de HEER, uw God, zal worden uitgekozen, als koning aanstellen. Maar het mag niet iemand uit een ander land of van een ander volk zijn.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

1 Kronieken 12:23

(12:24) Dit zijn de aantallen van de bewapende krijgers die zich in Hebron bij David voegden om Sauls koningschap op hem over te dragen, zoals de HEER had beschikt:
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Genesis 29:14

‘Het is duidelijk, ‘zei Laban, ‘dat je familie van me bent!’ Jakob was een volle maand bij Laban in huis
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

2 Samuel 15:10

Eerst stuurde hij echter handlangers naar alle stamgebieden van Israël met de boodschap: 'Zodra het geluid van de ramshoorn klinkt, moeten jullie dit bekendmaken: "Absalom is in Hebron tot koning uitgeroepen!"'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

2 Samuel 5:1

Alle stammen van Israël kwamen bij David in Hebron en zeiden tegen hem: 'Hier zijn we, uw eigen vlees en bloed.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 11:1

Richteren 9:2

'Leg de burgers van Sichem de vraag voor wie ze liever als heerser hebben: de zeventig zonen van Jerubbaäl gezamenlijk of één man, die bovendien hun bloedverwant is.'