Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 8:7
Maar niet iedereen bezit deze kennis. Sommigen van u zijn zo aan hun afgod gewend dat ze het offervlees nog altijd als een offer aan die afgod zien. Hierdoor wordt hun geweten, dat zwak is, bezwaard.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 8:4
Wat nu het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld niet ‚‚n afgod echt bestaat en dat er maar ‚‚n God is.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Romeinen 14:3
Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Openbaring 2:14
Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Jesaja 5:21
Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 8:2
Wanneer iemand zich inbeeldt dat hij kennis bezit, is het toch nog niet de ware kennis.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Romeinen 15:14
Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Handelingen 15:29
onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Openbaring 2:20
Maar dit heb ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 10:28
Maar wanneer iemand u erop wijst dat u vlees van offerdieren eet, laat het dan omwille van hem staan. Houd rekening met het geweten.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 4:10
Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Efeze 4:16
Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 15:34
Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Handelingen 21:25
Wat betreft de heidenen die het geloof hebben aanvaard, hen hebben we schriftelijk op de hoogte gesteld van onze beslissing dat ze zich in acht moeten nemen voor vlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, voor bloed, voor vlees waar nog bloed in zit, en voor ontucht.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 1:5
Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 8:10
Wanneer namelijk iemand met een zwak geweten ziet dat u, met uw kennis, in een afgodentempel deelneemt aan een maaltijd, wordt hij er dan niet toe verleid dat offervlees te eten?
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Romeinen 11:25
Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
1 Korinthe 4:18
Sommigen van u doen alsof ze heel wat zijn, omdat ze denken dat ik toch niet kom.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Handelingen 15:19
Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:1
Handelingen 15:10
Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen?
1
2