Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Romeinen 8:35
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
2 Korinthe 11:23
Zijn zij dienaren van Christus? Ik ben zo gek dat ik durf te zeggen: ik nog meer. Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangen gezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Filippensen 4:12
Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
2 Timotheüs 3:11
en je hebt hetzelfde lijden en dezelfde vervolgingen ondergaan die mij in Antiochië, Ikonium en Lystra hebben getroffen. Ik heb ze allemaal doorstaan, de Heer heeft mij steeds weer gered.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Mattheüs 8:20
Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
2 Korinthe 6:4
We willen juist laten zien dat we dienaren van God zijn, door altijd te volharden: in tegenspoed, nood en ellende,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
1 Korinthe 9:4
Hebben wij geen recht op eten en drinken?
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Handelingen 16:23
Nadat ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
2 Korinthe 4:8
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Job 22:6
Zonder reden eiste je een pand van je naaste en armen nam je zelfs hun laatste kleren af.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Handelingen 14:19
Na verloop van tijd kwamen er echter Joden uit Antiochië en Ikonium die de mensen ompraatten. Ze stenigden Paulus en sleepten hem vervolgens de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 4:11
Handelingen 23:2
Ananias, de hogepriester, gaf degenen die naast hem stonden opdracht hem op zijn mond te slaan.